Waarom? Waarom luister ik niet naar mijn gevoel en maak ik tijdens mijn eerste wedstrijd van het triathlonseizoen de grootste beginnersfout aller tijden? Het is deze vraag die door mijn hoofd spookt als ik met mijn CUBE in de hand richting de startstreep van het fietsparcours van Triathlon Krimpenerwaard ren. Na een paar meter kom ik erachter dat ik mijn startnummerband niet meer om mijn middel heb.
Wisselen
Voor de wedstrijd laat ik mij verleiden mijn startnummer onder mijn wetsuit te dragen, omdat ik andere triatleten in de wisselzone dat zie doen. Iets dat – als alles goed gaat – een paar seconden tijdswinst kan opleveren bij het wisselen.
Voordat je dat in de praktijk doet, is het handig hiermee te oefenen (regel 1 voor de recreatieve wedstrijdatleet). Zodoende voorkom je dat je tijdens het strippen van wetsuit naar trisuit (een handeling die bij mij vrij vlot verloopt) ongemerkt de startnummerband mee naar beneden trekt. En je voorkomt er ook mee dat je dan weer terug moet rennen om de band alsnog om te doen. Zoals… je raadt het al… bij mij het geval is…
Eenmaal hersteld van deze onhandige actie, trap ik mijn racefiets eens flink op de staart. Niet onder de 30 km/u. Dat is het plan voor vandaag. En dat lukt. Man, man, man, wat rijdt ze lekker en wat schákelt ze makkelijk. Mijn nieuwe racemonster en ik zijn binnen één maand een (h)echt team geworden.
Koekje d’r bij?
Het meest hectische moment van deze wedstrijd vind ik de eerste tweehonderd meter zwemmen in de surfplas. Nog niet eerder ben ik in een race zo vaak in het gezicht geschopt. Voordeel: ik merk niets meer van het koude water (<14 graden). Nadeel: Ik krijg een misselijkmakende hoeveelheid water binnen.
Als ik kokhalzend op de fiets zit, is een biscuitje het enige waar ik aan kan denken. Volgens mijn coach vermindert een kaakje de misselijkheid na het zwemmen in open water. Zij geeft als tip het koekje op het zadel te leggen en het tijdens de eerste wissel te nuttigen. Had ik dit advies opgevolgd, dan duurde het vast niet zo lang als twee fietsrondes, 2,5 km hardlopen en een paar flinke slokken kraanwater om het ellendige gevoel kwijt te raken. Al doende leert men…
Hardlopen is wel echt helemaal mijn ding. Het laatste onderdeel geeft mij ook deze keer een gevoel van ‘thuiskomen’. Als ik na vijf prettige kilometers bij de eindstreep de finishklok in het vizier krijg, kan ik het niet geloven: 01:16:41. De toon is gezet. De kop is eraf. Mijn eerste 1/8 triathlonwedstrijd van 2012 start ik met een verbetering van mijn persoonlijk record (1:20:02, Triatlon Maarssen, 2011). Hoe cool is dat?






